Op afstand toch dichtbij

We leven in een onwerkelijke periode waarin het nodig is om afstand te maken en te houden. Daar waar we eigenlijk de nabijheid van anderen zo nodig hebben.

Acht cliënten van Sterk Huis vertellen in woord en beeld over wat voor hen nu ver weg is en dichtbij. Het raam als een kader voor hun verhaal. Het glas als een spiegel naar de toekomst.

Aaron | 20 jaar
"Ik ben weer aan het leven, niet meer aan het overleven…"

Aaron heeft het druk. Een opleiding, een bijbaan en jongerenparticipatie als voorzitter van de Jongerenraad, lid van de Jeugdwelzijnsraad en het Innovatienetwerk Jeugd. "Het is mijn doel om een bekende Nederlander te worden. Vanuit die naamsbekendheid wil ik aandacht vragen voor de zorg. Acteur Keanu Reeves is mijn inspiratiebron. Omdat hij ook veel dingen heeft meegemaakt in zijn leven en echt zorgzaam is, iets doet voor de samenleving."

Als 6-jarige is Aaron uit huis geplaatst. Hij heeft sindsdien op vele locaties gewoond. "Ik zou na mijn 18e verjaardag naar mijn moeder gaan, maar helaas overleed zij. Ik woonde zelfstandig in een andere stad en dat ging niet goed. De afstand was te groot. Wolven kunnen niet overleven als zij alleen zijn. Ik woon nu in een kamertrainingscentrum in Tilburg, dichtbij mijn vrienden en mijn bonusfamilie. Ik ben daar ieder weekend en kan me mijn leven niet meer voorstellen zonder hen."

Hanibal | 17 jaar
“Ik ben gelukkig in Nederland omdat het hier veilig is.”

“Ik heb een jaar gereisd om hiernaartoe te komen. Eritrea is echt wel heel ver weg. Maar in mijn hart ook dichtbij, want mijn moeder is daar. Ik mis haar het meest.”

Hanibal woont nu nog in een kinderwoongroep met 24-uurs begeleiding, maar verhuist binnenkort naar een kleinschalige wooneenheid. Het is een gewoon woonhuis waar drie jongeren zelfstandig bij elkaar wonen. Hij wordt daar nog wel begeleid door een mentor, die doordeweeks een paar uurtjes per dag aanwezig is om hem te helpen.

Hanibal voelt zich meestal gelukkig. “Want ik ben veilig in Nederland.” Hij is van plan om fietsenmaker te worden. “Of misschien toch kapper. Ik heb al veel geoefend en ben er goed in. Maar dan moet ik wel eerst een diploma halen.” Hij kijkt dan even peinzend door het raam naar buiten. Het lijkt alsof Hanibal nadenkt over zijn beroepskeuze, maar zegt dan met een brede lach: “Ik ga deze foto naar mijn moeder sturen.”

Isa | 27 jaar
“Mijn dochter is echt mijn motivatie geweest om te investeren in mezelf…”

Isa woont met haar dochter in een huisje met woonbegeleiding. “Als kind heb ik huiselijk geweld meegemaakt. Mijn moeder moest met haar vier kinderen naar de crisisopvang. Dat heeft een grote impact gehad.”

De ervaringen uit haar verleden begonnen Isa op te breken. “Ik kreeg last van dipjes, mijn hoofd onder de dekens en de gordijnen dicht. Maar ook de post bleef dicht en daardoor kreeg ik nóg meer problemen. Toen bleek ik zwanger en ging het niet meer alleen om mij.”

Isa heeft geen contact met haar biologische vader. “Het idee dat mijn eigen vader niet van mij hield, maakte mij eerst onzeker. Maar nu besloot ik dat mijn eigen dochter datzelfde gevoel nooit zou hebben! Dát is het moment dat ik naar Sterk Huis ben gegaan.

Eerst schaamde ik me daar wel een beetje voor. Maar uiteindelijk is het de beste keuze van mijn en haar leven geweest.”

Hamed | 15 jaar
“Alles gelopen.”

“Ik ben bijna zestien jaar. Vierduizend kilometer, tien landen in zes maanden. Alles gelopen.”

Zo begint het gesprek met Hamed in de kinderwoongroep voor alleenstaande minderjarige vluchtelingen. In korte zinnen een opsomming van getallen die veelzeggend zijn. Als oudste zoon nam hij op veertienjarige leeftijd afscheid van zijn familie en begon Hamed aan zijn lange reis naar Nederland. “Het was moeilijk om bij hen weg te gaan. Mijn familie is nog steeds in Syrië. Ik heb wel contact, maar het gaat soms niet zo goed met hen.”

Hamed hoeft niet lang na te denken over wat voor hem nu dichtbij is. “Mijn kamergenoot is een goede vriend geworden, hij is mijn familie hier. Als ik thuis ben, vind ik het fijn om te tekenen en ik hou van voetbal. Ik ga graag naar school, want ik wil tolk Nederlands-Arabisch worden. Dan kan ik andere mensen helpen zoals ik hier in huis wordt geholpen. Hier voel ik me goed en veilig.”

Sharon | 20 jaar
"Ik werk hier naar mijn eigen thuis toe.”

Sharon vertelt over het begeleid zelfstandig wonen in een kamertrainingscentrum. Het was door omstandigheden niet mogelijk om bij haar ouders te blijven wonen.

“Als enig kind werd alles voor mij gedaan. Nu ben ik zelfstandig. Ik ga naar school en werk als stagiair. Daarna de boodschappen doen, koken en de was draaien. Het is soms zwaar. Gelukkig zijn er begeleidingsgesprekken met Wendy en Janneke. Dan kan ik mijn hart luchten en krijg ik advies over de manier waarop ik dingen zelf kan aanpakken. Daarnaast heb ik mijn vriend.” Het gezicht van Sharon straalt als zij vertelt over de persoon die het dichtst bij haar staat.

“Dit is niet mijn thuis, zo voelt het niet. Daar werk ik nu aan. Volgend jaar mijn MBO-diploma halen, een baan en een plek voor mezelf. Mijn ouders waren niet blij toen ik hiernaartoe ging, maar nu zien ze wat ik doe, wat ik kan en dat ik het red.”

Ilyas | 17 jaar
“Ik heb het verhaal van mijn moeder geschreven.”

Ilyas is gevlucht uit Syrië en woont in een woongroep voor alleenstaande minderjarigen. Hij heeft veel meegemaakt. Terwijl hij nadenkt over een afstand die hij altijd voelt, is Ilyas even stil. Na een diepe zucht begint hij zachtjes te praten. “Mijn familie mist mij. Mijn vader en broer zijn in Turkije, twee broers in Duitsland en mijn twee zussen zijn nog in Syrië. Mijn familie is niet meer heel. Mijn moeder en broer zijn vorig jaar overleden. Ik ben hier alleen. Ik voel me eenzaam zonder hen.” Als het gaat over wat voor hem dichtbij is, lacht Ilyas. “De sportschool, daar maak ik mijn hoofd leeg. Ik was veertien jaar toen ik in Turkije twaalf uur per dag moest werken, broeken naaien in een kledingfabriek. Dus ik weet hoe dat het voelt om niet naar school te kunnen. Ik wil nu op school het beste uit mezelf halen. En de groepsleiders hier, die zijn ook dichtbij. Ze zijn goed.”

Candice | 8 jaar
"Als je het kunt en als het mogelijk is, dan moet je het altijd doen…"

Dat zegt Astrid, de oma van Candice over hun netwerkpleeggezin. “Onze kleindochter woont haar hele leven al bij ons. Eerst samen met haar moeder in het noorden van het land. Drie jaar geleden zijn wij teruggekeerd naar Brabant, de provincie waar wij beiden vandaan komen. Candice verhuisde met ons mee en is toen ons pleegkind geworden. Door omstandigheden was het voor onze dochter niet mogelijk om zelf voor haar te zorgen”.

Candice: ‘Ik vind het fijn om bij oma en opa te wonen. We hebben een héle grote familie, toch oma?’ Astrid knikt instemmend en vertelt over de vele nichtjes van haar kleindochter: ‘Op deze manier kan Candice in een vertrouwde omgeving met haar eigen familie veilig opgroeien”.

Mama is daardoor wel wat meer op afstand, maar door de pleegzorg van haar oma en opa toch zo dichtbij als mogelijk is.

Corne | 17 jaar
“Ik heb in tien dagen quarantaine meer geleerd dan in het afgelopen half jaar…”

“De behandeling die ik hier in het Fasehuis krijg, past goed bij mij. Je praat over dingen die je dwarszitten, en tegelijkertijd ben je heel intensief aan het sporten. Ik stond vanmorgen met mentor Sophie al om 5:30 uur in de sportschool! Alle jongeren die hier wonen, volgen hun eigen traject. Ik moet leren omgaan met mijn agressie.”

Corné vertelt een bijzonder verhaal over ‘dichtbij zijn’. “We moesten in thuisquarantaine. Ik kon niet naar mijn vader bij wie ik in de logistiek werk, en voelde me best wel opgesloten. Harm was een van de teamleden die vrijwillig tien dagen in quarantaine werkte. Hij kon er steeds voor mij zijn, normaal gesproken is die afstand groter. In onze gesprekken heeft Harm me echt wakker kunnen schudden. Ik heb een plan en weet dat ik iets van mijn leven ga maken.”