"Niemand wil mij"

Hij is pas elf jaar, maar heeft geen thuis. Geen vader en moeder die voor hem zorgen. Geen gewone hobby’s of beste vrienden. Geen geborgenheid en stabiliteit. Hij vindt zichzelf stom en dom, want niemand wil hem. Soms wil hij niet meer leven. Hij kan plotseling heel boos worden. Hij schreeuwt dan of bijt, schopt, slaat, spuugt, maakt herrie, gooit met dingen of schrijft op muren. Uit verdriet, onmacht en boosheid. Want zijn leven is niet zoals een kinderleven hoort te zijn.

Thomas heeft een licht verstandelijke beperking en is getraumatiseerd. Hij loopt achter op alle ontwikkelingsgebieden. Zijn ouders gingen scheiden toen hij zes maanden was. Thuis was nog lange tijd sprake van ruzie en huiselijk geweld, waarvan Thomas getuige was. Moeder zorgt niet meer voor Thomas sinds zijn tweede levensjaar, vanwege zijn gedragsproblematiek. Vader kan mensen vanuit frustratie verbaal bedreigen.

Uitzichtloos

De ‘carrousel’ begon voor Thomas met een ondertoezichtstelling (OTS). Vervolgens ging hij naar een kortverblijf-pleeggezin en daarna naar een langverblijf-pleeggezin. Na een aantal jaar kwam Thomas terecht bij een 24-uurs behandelgroep van Sterk Huis, waar hij ook psychomotorische therapie en traumabehandeling kreeg. Daar woont hij nu nog. Telkens ziet Thomas kinderen naar een nieuw thuis vertrekken, terwijl hij het langste op de groep zit. Voor hem is er nog steeds geen plek, mede door zijn beperking, woedeaanvallen en het beperkte aanbod.

Het ‘draait’ nu om Thomas

Er moet snel een passende oplossing komen voor Thomas, zodat hij perspectief krijgt en daarmee ook zijn gedrag verbetert. De commissie ‘Stop de carrousel’ draait nu om Thomas.

Gedragswetenschapper behandelgroep

“Thomas vertoont heftig gedrag. In het verleden heeft hij zelfs met messen en scharen gedreigd. Dit gebeurt niet meer, maar hij heeft nog regelmatig boze buien, wat het lastig maakt om een pleeggezin voor hem te vinden. We zijn onder meer aan het onderzoeken of hij bij opa en oma of bij een gezinshuis van Amarant kan wonen.”

Clustermanager psychotraumacentrum en crisisinterventieteam

“Zou de situatie voor opa en oma veilig zijn?”

Mentor Thomas

“Opa en oma weten wel waaraan ze beginnen en hebben ervaring met LVB-problematiek (licht verstandelijke beperking). Maar het is de vraag hoe Thomas in zijn puberteit op hen reageert.”

Clustermanager pleegzorg, gezinshuizen en behandelgroepen

“Als we even out of the box denken, wat zou dan het meest passend zijn voor Thomas?”

Gedragswetenschapper behandelgroep

Een stevig pleeggezin dat zijn gedrag aankan. Inclusief intensieve begeleiding en voldoende mogelijkheden voor Thomas om te ontladen, zodat iedereen tussendoor op adem kan komen.”

Clustermanager

“Misschien is de JIM-aanpak (Jouw Ingebrachte Mentor) ook een mogelijkheid? Is er iemand binnen het eigen netwerk waar beide ouders vertrouwen in hebben?”

Mentor

“Nee, de levens van de ouders zijn met elkaar verweven, maar tegelijkertijd willen ze niets van elkaar weten. Ik hoor Thomas ook nooit over andere familieleden of vrienden.”

Clustermanager

“Misschien is er toch nog iemand die niet op de voorgrond staat, maar wel een bemiddelende rol kan hebben.”

Gedragswetenschapper behandelgroep

“Laten we dat uitzoeken.”

Clustermanager

“Als het geen pleeggezin wordt, maar een gezinshuis: hoe moet dat eruitzien?”

Mentor

“We hebben sterke gezinshuisouders nodig, eventueel met oudere kinderen waar Thomas niet de competitie mee aangaat. Er is ook een-op-een-begeleiding nodig. Thomas ontleent zijn veiligheid aan de nabijheid van een betrouwbare volwassene.”

Clustermanager

"Zijn er dingen waar Thomas goed in is?”

Mentor

“Thomas is heel creatief. Hij kan prachtige kunstwerken maken. Hij is ook lief en zorgzaam en heeft veel humor.”

Collega-gedragswetenschapper:

“Wat wordt gedaan op het gebied van emotieregulatie?”

Mentor

“Hij ging naar de dagbesteding. De buitenactiviteiten met andere kinderen gaven hem veel voldoening. Maar dit is stopgezet, omdat het niet voor langdurige opvang was bedoeld. Ik zou Thomas een eigen sport gunnen, even helemaal los van de groep. Hij wil graag freerunnen, maar dan moet een van ons mee om te zorgen dat het daar niet escaleert.”

Clustermanager

“Misschien kunnen CIOS-studenten ook iets voor hem betekenen.”

Collega-gedragswetenschapper

“Of iemand van We Walk, die met hem gaat wandelen.”

Mentor

“Wij proberen hem zelf ook te laten praten tussen het eten en spelen door. Dan gaan we bijvoorbeeld even trampolinespringen. Dat moeten we behouden, dus niet alles uitbesteden en hem overspoelen met andere mensen. Maar iemand om mee te sporten, zou goed zijn.”

Collega-gedragswetenschapper

“Thomas toont veel grensoverschrijdend gedrag. Hoe gaan jullie daarmee om?”

Mentor

“We hebben veel ongeschreven regels en negeren zijn gedrag ook vaak. Hand voor de ogen, pick your battles. Maar dat is oneerlijk naar de andere kinderen.”

Collega-gedragswetenschapper

“Ik kan informatie over bepaalde methodes toesturen. Laten we samen eens sparren over de gedragsaanpak.”

Clustermanager

“Samenvattend: we gaan op zoek naar een passende vorm van sport en beweging voor Thomas, bij voorkeur iets structureels met dezelfde persoon. Daarnaast komt er een plan voor de gedragsaanpak. Verder nemen we het netwerk van de ouders onder de loep en bekijken we nogmaals alle mogelijkheden voor pleegzorg of een gezinshuis.”

Mentor

“Heel fijn, een nieuwe stroom aan ideeën voor Thomas.”

Stop de carrousel

In Nederland groeien ruim 50.000 kinderen op buiten het gezin, waarvan bijna 25.000 in pleeggezinnen en gezinshuizen. Hieronder zijn jongens en meisjes die nooit écht een thuis hebben gehad, zich nergens thuis voelen en stabiliteit missen. Telkens worden ze weer ‘doorgedraaid’ naar steeds zwaardere groepen en behandelvormen. Met de commissie ‘Stop de carrousel’ wil Sterk Huis het aantal door- en overplaatsingen naar een gesloten setting het liefst tot nul reduceren: niemand meer doorplaatsen, maar zoeken naar duurzame oplossingen. Dit vraagt om wilsbesluit, een gezamenlijk gedragen visie en steeds meer maatwerk.

‘Stop de carrousel’ is een instellingsbrede commissie, waarbij ook regelmatig externe experts aanschuiven. Samen zoeken we naar passende, duurzame oplossingen, om (verdere) escalatie te voorkomen. Onze ervaringen delen we in de landelijke coalitie ‘Naar Thuis’, een beweging ontstaan na de indrukwekkende documentaire Alicia.