Moeder Alette en pleegmoeder Ilja delen de zorg voor eeneiige tweeling

“Het is geen schande om hulp te vragen”

Denk je aan pleegzorg, dan denk je niet meteen aan co-ouderschap. Toch is het een mooie combinatie, bewijzen moeder Alette en pleegmoeder Ilja. Samen zorgen zij voor de eeneiige tweeling van Alette, twee jongens van zeven jaar met een verstandelijke beperking.


Qua uiterlijk lijken de jongens veel op elkaar, maar qua karakter zijn ze verschillend. De een is heel rustig, kijkt de kat uit de boom en bouwt graag dingen. De ander is een gangmaker, praat tegen alles en iedereen, zingt volop en staat altijd ‘aan’. Een van de twee heeft autisme, beiden hebben een verstandelijke beperking. Ze zitten op een school voor speciaal onderwijs. In hun doen en laten zijn ze momenteel vier jaar oud.

Overleefstand

“De tweeling is tien weken te vroeg geboren, met een spoedkeizersnede in Leiden”, blikt moeder Alette terug. “Daarna lagen ze nog een tijd op de intensive care. Dat was traumatisch voor mij. Eenmaal thuis huilden ze non-stop. We hadden ook nog een oudere dochter om voor te zorgen. Het eerste jaar sliep ik nog maar twee uur per nacht. Je bent aan het overleven. Je gaat gewoon door, maar de klap komt later. De jongens bleken een ontwikkelingsachterstand te hebben. Toen ze drie jaar waren, begonnen ze ’s nachts ineens te krijsen en met hun hoofd tegen de muur te bonken. Dat was teveel voor mij. Ik kon het niet meer aan, ook door mijn onbehandelde trauma’s. Ik had echt rust nodig.”

Crisissituatie

Alette schakelde alle hulptroepen in, maar werd niet direct gehoord en serieus genomen. Tot ze de crisisdienst van Jeugdzorg belde. Het nummer had ze zelf op internet gevonden. Zo kwamen de jongens op driejarige leeftijd volledig bij pleegouder Ilja en haar gezin terecht. “Dat kwam voor ons ook onverwacht”, aldus Ilja. “We zaten nog in de afronding van de pleegzorgtraining van Sterk Huis. Maar dit was een crisissituatie. De ouders moesten echt ontlast worden en tot rust komen. Het doel was duidelijk: co-ouderschap, zodra de ouders de zorg weer aankonden. Alette zei heel krachtig: ‘Ik heb nu hulp nodig, zodat ik straks weer alles zelf kan doen.’”

“Ze bonkten met hun hoofd tegen de muur. Ik kon het niet meer aan.”


“Ik heb nu hulp nodig, zodat ik straks weer alles zelf kan doen.”

Taboe

“Eerst voelde het als falen om de jongens naar een pleeggezin te brengen”, vertelt Alette. “Maar nu ben ik dankbaar dat ons de rust is gegund. Zonder hulp was het echt geëscaleerd. Gelukkig heb ik doorgezocht tot iemand me hielp, maar ik kan me voorstellen dat andere mensen dat niet kunnen opbrengen, niet weten welke wegen ze moeten bewandelen of welke hulp mogelijk is. Er heerst toch een soort taboe op pleegzorg, terwijl er zoveel verschillende vormen mogelijk zijn. Het is geen schande om hulp te vragen.”

“Ik ben zo blij dat Ilja en haar partner op ons pad kwamen. Wij wilden niet dat de kinderen uit elkaar werden gehaald en zíj wilden juist een tweeling. Het bizarre was dat de jongens vanaf de eerste nacht bij Ilja niet meer met hun hoofd tegen de muur bonkten. Ze hebben duidelijk onze spanningen aangevoeld.”

“Het voelde als falen om de jongens naar een pleeggezin te brengen, maar zonder hulp was het echt geëscaleerd.”

Geruststelling

Ilja: “Er zat veel spanning in die lijfjes. Als kinderen spanning hebben, hebben ouders dat ook en dát voelen kinderen vervolgens weer aan. Voor Alette was het eng om de zorg los te laten. Het waren kwetsbare kinderen, die op het randje van de dood hadden gelegen. Ze waren nog vaak benauwd. Ter geruststelling hebben we een groepsapp aangemaakt. Je neemt niet alleen de kinderen in huis, ook de ouders horen erbij.”

“Je neemt niet alleen de kinderen in huis, ook de ouders horen erbij.”

Openheid

“Inmiddels delen we de zorg voor de kinderen”, gaat Alette verder. “Ze zijn ongeveer eenderde van de tijd bij Ilja en haar partner. Tweederde van de tijd zijn ze bij ons: verdeeld over twee huizen, want wij zijn onlangs gescheiden. We hebben goed contact met z’n vieren. Er is veel openheid. We kunnen alles tegen elkaar zeggen en altijd bij elkaar aankloppen.”


Op één lijn

“De kinderen hebben rust, duidelijkheid en structuur nodig”, vult Ilja aan. “Dat vraagt om een goede afstemming. We moeten op één lijn zitten en de kinderen niet extra verwennen ofzo. Het is belangrijk dat de jongens zien dat het goed zit tussen ons. Daarom doen we ook regelmatig leuke dingen samen. We vieren de feestdagen met elkaar of gaan een dagje naar de Efteling. Soms leggen we met z’n allen de kinderen op bed.”

“Soms leggen we met z’n allen de kinderen op bed.”

Band voor het leven

Alette: “Deze band is voor het leven. We weten niet wat we nog gaan tegenkomen met de jongens. Het is fijn dat we zo’n sterk vangnet hebben. Bij Ilja staan de kinderen voorop. Ze heeft een enorme rust, is duidelijk en denkt altijd mee.”

Pitbullmoeder

“Alette is een sterk persoon”, benadrukt Ilja. “Ze durfde om hulp te vragen, waar kracht voor nodig is. Ook kan ze ontzettend goed dingen regelen. Dat hebben deze kinderen ook nodig, een soort pitbullmoeder die voor hen door het vuur gaat. Ook wíj blijven altijd klaarstaan voor de jongens. We bewegen mee met wat er gebeurt.”