De weg naar volwassenheid…

Voor veel jongeren een kwetsbare fase

Zodra jongeren de leeftijd van achttien jaar bereiken, zijn zij volgens de wet volwassen. Maar dit betekent niet dat zij al volwassen genoeg zijn om zelfstandig te functioneren. De overgang naar volwassenheid is voor veel jongeren en hun opvoeders een uitdaging. Voor jongeren die veel hebben meegemaakt of ontwikkelingsproblemen ervaren, is deze fase extra kwetsbaar.

Na het achttiende levensjaar is het brein nog volop in ontwikkeling. De fase naar volwassenheid loopt door tot ongeveer 23–25 jaar. Voor jongeren (en hun ouders/opvoeders) in de jeugdzorg is de wettelijke meerderjarigheid daarom ingewikkeld. Na de achttiende verjaardag hebben zij vaak geen recht meer op de hulp die ze nog nodig hebben en de volwassenzorg sluit in de praktijk onvoldoende aan bij de jeugdzorg.

Vooruitgang!

Bij Sterk Huis vinden we dat de continuïteit van zorg niet afhankelijk mag zijn van de kalenderleeftijd. Sinds 2020 hebben we een Wmo-contract, waarmee we jongeren van 16 tot 23 jaar hulp kunnen bieden. Een grote vooruitgang! Ons hulpaanbod 16–23 jaar is erop gericht om jongeren te begeleiden in de overgangsfase naar volwassenheid. De jongeren krijgen hulp tot zij écht toe zijn aan een zelfstandig leven (met een gezond eigen netwerk).

Duurzame, integrale hulp

De zorg voor volwassenen is versnipperd geraakt. Vaak spelen bij cliënten meerdere problemen tegelijk en wijzen professionals naar elkaar als het gaat om de verantwoordelijkheid. Maar in de praktijk hangen veel problemen met elkaar samen en is de zorg dus niet ‘op te knippen’. Om problemen niet te verergeren, is expertise vanuit diverse sectoren wenselijk: integrale hulp. Sterk Huis wil daarom de samenwerking met netwerkpartners intensiveren en het interne aanbod zoveel mogelijk op maat uitbreiden.

Wes

Sterk Huis werkt met verschillende zorgintensiteiten, variërend van beperkte ondersteuning met geplande contactmomenten tot 24-uurs beschikbaarheid. Wes (20) woont in het Fasehuis van Sterk Huis, waar hij 24-uurs begeleiding krijgt. Ook Wes viel een tijdje tussen wal en schip. Toen hij om hulp vroeg, kreeg hij die niet meteen. Eerst werd bekeken of Wes voldoende gemotiveerd was, welke hulpvorm het beste bij hem paste én via welke toegang – Wmo of verlengde jeugdhulp – hij hulp kon krijgen.

“Lange tijd kon ik nergens naartoe”

“Op zevenjarige leeftijd kwam ik in een pleeggezin terecht. Mijn moeder, de enige familie die ik nog had, overleed toen ik acht jaar was”, vertelt Wes (20). “Het ging goed bij mijn pleeggezin, tot ik in de puberteit kwam. Ik was nooit meer thuis, had foute vrienden en vergooide veel geld. Toen ik een vriendin kreeg, probeerde ik het normale leven weer op te pakken. Dat ging goed, tot het uitging en ik weer in dezelfde modus kwam.”

Wes was toen 19 jaar. “Ik lag meestal op bed en maakte veel ruzie met mijn pleegmoeder. Ik kon daar niet langer blijven, dus trok ik in bij een vriend. Niet handig, want zo belandde ik weer in die verkeerde spiraal van hangen, geen school, geen werk en vaak naar het casino. Om uit de ellende te komen, had ik echt een eigen plek nodig. Maar die was er niet. Ik heb vaak om hulp gevraagd en kreeg steeds te horen ‘we gaan het bekijken en regelen voor je’, maar lange tijd kon ik nergens naartoe. Door mijn leeftijd moest het speciaal aangevraagd worden.”

Opluchting

“Uiteindelijk is het gelukt, omdat Sterk Huis sinds kort plek heeft voor jongeren ouder dan 18 jaar”, zegt Wes opgelucht. “Ik woon nu in het Fasehuis. Eigenlijk had ik deze hulp eerder nodig gehad, want mijn pleegmoeder kon mij niet meer opvoeden en ik kwam geen enkele belofte na. Natuurlijk ben ik mijn pleeggezin dankbaar, maar ik zat in de puberteit. Dan zeg je weleens dingen die je beter niet had kunnen zeggen. Nu wil ik écht aan mijn toekomst werken.”

Op weg naar zelfstandigheid

In het Fasehuis heeft Wes een eigen kamer. “Hier kan ik mijn verleden verwerken, leer ik mijn financiën op orde te houden en werk ik aan mijn zelfstandigheid. Ik kook mijn eigen maaltje, doe mijn eigen was en heb sinds kort een baan als kozijnenzetter. Dat bevalt heel goed. Mijn collega’s zeggen vaak: ‘Jou valt niks te leren, je weet alles al.’ Ik ben blijkbaar een natuurtalent”, lacht Wes. “Waar ik van droom? Een vaste baan, een eigen huis en een gezinnetje. Ik ben al goed op weg …”

Bewondering

Mentor Sophie Hooijmans: “Wes is een lieve jongen die veel heeft meegemaakt en daar nog mee struggelt. Toch probeert hij zijn leven weer op de rit te krijgen. Ik heb daar veel bewondering voor. Wes voelt die bewondering wel, maar kan het niet altijd plaatsen. Hij vindt complimenten fijn, maar heeft moeite zichzelf op waarde te schatten en zich te hechten. Hij maakt daarin wel een mooie groei door. Als het vroeger niet goed met hem ging – vóór de tijd van het Fasehuis – sloot Wes zich snel af en was hij weg. Nu komt Wes na zijn werk nog vaak een uurtje bij ons kletsen op kantoor, dat vindt hij heerlijk. Hij zoekt dan toch even de veiligheid en het vertrouwen van een soort gezinssituatie.”