Nieuwe visie en aanpak in weg naar zelfstandigheid voor jongeren van 16 – 27 jaar

“Op zoek naar het goud in iedere jongere.”

“Vanuit de praktijk en het ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (VWS) is geconstateerd dat de jeugdhulpverlening jongeren in de leeftijd van 16 – 27 nog onvoldoende voorbereidt op de faseovergang naar volwassenheid”, begint Margriet (Gedragswetenschapper bij Sterk Huis). “Wij wensen jongeren een fijn, veilig en zelfstandig leven toe, maar hoe komen we daar? Om een antwoord te krijgen op deze vraag, ben ik letterlijk aan de tekentafel gaan zitten. Door onze visie en aanpak te visualiseren, werd met iedere schets duidelijker: wat gaat goed en wat moet beter?”

“Wij wensen jongeren een fijn, veilig en zelfstandig leven toe.”

Intrinsieke motivatie

“In deze ontwerpfase hebben we veel ontdekkingen gedaan”, vertelt Margriet vanachter haar tafel vol tekeningen en stapels wetenschappelijke boeken. Door alle literatuur en praktijkkennis aan elkaar te knopen, zijn we erachter gekomen dat het sociale competentiemodel waarmee we werkten jongeren onvoldoende voorbereidt op het echte zelfstandige leven. Het risico van dit model is dat vanuit de focus op gedrag en vaardigheden met name de extrinsieke motivatie wordt aangesproken. Jongeren leren zich aanpassen aan de locatie waar ze wonen, maar lopen opnieuw vast als ze zelfstandig gaan wonen. We moeten dus veel meer gaan inzetten op de intrinsieke motivatie: de drijfveer vanuit de jongere zelf.”

“We moeten veel meer inzetten op de intrinsieke motivatie: de drijfveer vanuit de jongere zelf.”

Wat schuilt er áchter het gedrag?

“Het sociale competentiemodel is vooral gericht op gedrag, maar bij Sterk Huis kijken we juist áchter het gedrag. Problematisch gedrag is slechts het topje van de ijsberg, waar onvervulde psychologische basisbehoeften zoals autonomie, verbinding en competentie onder zitten. Veel jongeren komen uit families die het minder goed getroffen hebben, vaak van generatie-op-generatie. Omdat deze jongeren geen veilige en stabiele plek hadden om op te groeien, bleven belangrijke psychologische basisbehoeften onvervuld.” “Deze traumatische voorgeschiedenis leidt vaak tot ontwikkelingsproblemen, problematisch gedrag en psychisch lijden bij jongeren. We moeten daarom niet alleen naar vaardigheden en gedrag kijken, maar de kernproblematiek goed aanpakken. Sterk Huis is hierin specialist. We richten ons op de vervulling van basisbehoeften in combinatie met traumabehandeling.”

“Problematisch gedrag is slechts het topje van de ijsberg.”

Toekomstgericht werken

“Een ander belangrijk aspect is dat we ervoor zorgen dat jongeren meer gemotiveerd raken, wat alleen gebeurt als ze de regie krijgen over hun eigen toekomst”, benadrukt Margriet. “Er is dus een verschuiving nodig naar toekomstgericht werken, waarbij het draait om drie dingen: 1) de wens van de jongere, 2) een integrale aanpak waarin we alle leefgebieden van de jongere meenemen en 3) aanwezigheid van kennis op de werkvloer.”

Praatplaat

Maar hoe krijg je dit voor elkaar, vroeg Margriet zich af. Hoe zorg je dat mensen de nieuwe visie echt gaan doorleven? Door het op papier te zetten en uit te tekenen, ontdekte ze. “Zo ontstond de praatplaat: een hulpmiddel voor onze hulpverleners.”

“Als het niet goed gaat, wijs je als hulpverlener niet naar de problematiek van de jongere, maar ga je een andere dans inzetten.”

“De praatplaat is gebaseerd op de universele factorenbenadering van Bruce Wampold, een expert op het gebied van effectiviteit. Gedrag en psychisch lijden laten zich moeilijk meten, maar na onderzoek weten we wel welke werkzame factoren altijd een goede uitkomst voorspellen: een goede behandelrelatie, vertrouwen én een behandeling waarmee weer hoop en perspectief ontstaat. Daarnaast zijn de omgevingsfactoren van grote invloed, net als de motivatie vanuit de jongere zelf. Deze factoren zijn te beïnvloeden door aan de juiste knoppen te draaien. Als het niet goed gaat, wijs je als hulpverlener niet naar de problematiek van de jongere – hij heeft nu eenmaal dit of dat – maar ga je een andere dans inzetten. Die goede behandelrelatie is daarbij cruciaal. De hulpverlener biedt inzicht (het is logisch dat het nu zo werkt bij jou door jouw ervaringen), hoop (er is verandering mogelijk) én commitment (we doen het samen).”

Jim van Os, hoogleraar psychiatrie. Hij heeft de 157 classificaties van DSM-5 (het handboek om psychische stoornissen vast te stellen) teruggebracht naar vier vragen: Hoe is het met je? Wat is er gebeurd? Wat wil je nu en later? Wat heb je nodig? Deze vier vragen vormen de structuur van ons traject en zijn goed zichtbaar op de praatplaat.”

Vier belangrijke vragen

“In onze zoektocht geven jongeren zelf ook heel duidelijk aan dat ze naar de toekomst willen kijken en niet langer in hokjes geplaatst willen worden. Een te grote focus op classificaties kan hoop ontnemen, terwijl er vaak verandering mogelijk is. Zo kwam ik uit bij het gedachtegoed van Jim van Os, hoogleraar psychiatrie. Hij heeft de 157 classificaties van DSM-5 (het handboek om psychische stoornissen vast te stellen) teruggebracht naar vier vragen: Hoe is het met je? Wat is er gebeurd? Wat wil je nu en later? Wat heb je nodig? Deze vier vragen vormen de structuur van ons traject en zijn goed zichtbaar op de praatplaat.”

“Jongeren willen naar de toekomst kijken en niet langer in hokjes geplaatst worden.”

Toekomstplan

Margriet: “Vooral de derde vraag – Wat wil je nu en later? – past mooi bij die fase richting volwassenheid, waarbij we de intrinsieke motivatie willen aanboren. We hebben daarom de toekomstplannen geïntroduceerd, als een soort stip op de horizon. Jongeren gaan zelf aan de slag met hun toekomstplan door te schrijven, knippen en plakken, te rappen: alles kan en mag en alles gebeurt op ieders eigen tempo. Het toekomstplan vormt vervolgens de rode draad van de behandeling, waarbij het gaat om ruimte en regie. Een van de belangrijkste basismethodieken is de behandelmodule Up2U, gebaseerd op motiverende gespreksvoering. Het uiteindelijke doel is om de stap te maken van ‘wat wil ik’ naar een concreet veranderplan.”

Positief leefklimaat

“Dit alles met als doel: een fijn, veilig en zelfstandig leven. Dit begint voor de jongeren met een positief leefklimaat bij ons, waar ze weer hoop krijgen, hun wensen, behoeften en talenten ontdekken en hun autonomie, identiteit en een moreel kompas ontwikkelen. Een plek waar ze niet alleen leren budgetteren en een was draaien, maar ook ontdekken wie ze zijn, eigen keuzes leren maken en mogen vallen en opstaan om weer verder te groeien. Het is onze taak om jongeren hierbij te begeleiden: om in iedere jongere het goud te vinden. Dat hebben ze allemaal in zich.”

“We hebben de toekomstplannen geïntroduceerd, als stip op de horizon.”