Danny (21) woont in het Fasehuis van Sterk Huis

“Andere kinderen krijgen een basis mee van achttien jaar opvoeding, ik heb veel gemist.”

Niet ieder kind heeft een veilige en liefdevolle jeugd. Niet ieder kind is beschermd tegen angst, verdriet, eenzaamheid. Niet ieder kind ontwikkelt zich zonder worstelingen. Want veel kinderen krijgen niet dezelfde kansen. Danny (21) – woonachtig in het Fasehuis van Sterk Huis – kan hierover meepraten. Zijn kinderjaren waren allesbehalve onbezorgd. Dit heeft hem gevormd tot wie hij vandaag is. Iemand die een zware rugzak meesleept, zoals hij het zelf omschrijft, maar ook iemand die niet opgeeft. Danny leeft met de dag. Dapper, positief en genietend van de kleine momenten.

“Mijn moeder is al dertig jaar manisch depressief”, deelt Danny openhartig. “Thuis was het moeilijk. Het huwelijk tussen mijn ouders verliep ook niet goed. Er waren spanningen, waardoor ik veel tijd doorbracht bij mijn opa en oma die tegenover ons woonden. Toen ik zeven jaar was, stierf mijn vader door een ongeluk. Ik moest naar een pleeggezin, in een andere omgeving, waar ik op school werd gepest. Misschien omdat ik anders was, door wat ik allemaal had meegemaakt. Ik woonde twee jaar bij mijn pleeggezin toen mijn pleegmoeder onverwachts overleed. We waren bij de bingo, wilden net beginnen, toen ze plotseling wegviel. Een hartstilstand. Het gebeurde voor mijn ogen, ik was pas negen jaar. Dat vergeet je nooit meer.”

“Ik werd gepest op school. Misschien omdat ik anders was, door wat ik allemaal had meegemaakt.”

Opa

“Mijn opa en oma kregen de keuze: ik moest naar een internaat of kon bij hen intrekken. ‘Je komt bij ons’, zeiden ze gelukkig. Het was fijn om weer in mijn vertrouwde omgeving te zijn, op mijn oude school, waar ik niet gepest werd. Ik heb elf jaar bij opa en oma gewoond, tot mijn oma na een kort ziekbed stierf. Sinds een aantal maanden woon ik in het Fasehuis van Sterk Huis. Hier krijg ik begeleiding en werk ik aan mijn toekomst. Mijn opa is mijn hele familie. Ik ga ieder weekend bij hem langs om bij te kletsen of samen een eindje te fietsen. Het contact met mijn moeder is nog steeds minder. Als ik een uur bij haar ben geweest, ben ik uitgeput. Ik moet nu vooral voor mezelf kiezen en zorgen.”

Dromen van een eigen woning

“Het gaat al veel beter met me”, glimlacht Danny. “Het is fijn bij het Fasehuis. Ik deel mijn kamer met een aardige jongen. Als ik een praatje wil maken, kan ik altijd bij de begeleiders terecht. De afgelopen maanden mocht ik eerst rustig wennen aan deze nieuwe omgeving, maar de komende tijd ga ik het traject in en krijg ik meer ondersteuning. Hoe regel ik bijvoorbeeld mijn financiën, hoe maak ik nieuwe contacten en hoe verlies ik mezelf op een vrije dag niet in het gamen? Het zijn belangrijke dingen om te leren, als je uiteindelijk op jezelf wil wonen. Ik droom van een eigen woning of appartementje.”

Zelfstandig

Over huishoudelijke zaken heeft Danny niet veel te leren. “Ik ben nooit echt kind geweest, dus ben al zelfstandig. Stofzuigen en dweilen doe ik met gemak. Koken is al helemaal geen probleem. Ik volg de opleiding tot ‘zelfstandig werkend kok’ aan de Rooi Pannen in Tilburg. Sinds een jaar werk ik bij restaurant Breexz, bij het station van Tilburg. Het was lastig om een werkplek te vinden, overal deden ze moeilijk, maar gelukkig kreeg ik hier een kans.”

“Het was lastig om een werkplek te vinden, overal deden ze moeilijk, maar gelukkig kreeg ik een kans.”

Werk

“Ik doe van alles bij Breexz: de afwas, mise en place, afgifte en binnenkort ook de bediening. Het werk is geweldig, vooral de druk: het eten moet zo snel mogelijk op tafel staan. Het liefst maak ik lekkere pasta- of noedelgerechten. Ik draai veel uren, wat veel afleiding en voldoening geeft. Als de gasten een leuke avond hebben, is mijn avond ook goed.”

Fietsen

“Als ik vrij ben, vermaak ik me ook steeds beter. Ik fiets veel: de afgelopen twee jaar heb ik tienduizend kilometer getrapt. Waarom heb je een auto nodig als je overal met de fiets kan komen? Op de fiets ben je lekker buiten en ontdek je de mooiste plekken. Je moet van de kleine dingen genieten: een fietstocht naar Turnhout via het Bels Lijntje, heerlijk.”

Verlatingsangst

Danny heeft het zwaar gehad, maar zijn positiviteit helpt hem verder. “Dankzij therapieën ben ik meer opgebloeid. Anders was ik nooit zo ver gekomen. Vroeger dachten ze dat ik autisme had, omdat ik helemaal in mijn eigen wereld zat. Ik zei niets en wilde alleen maar met rust gelaten worden. Uiteindelijk bleek het geen autisme te zijn, maar verlatingsangst. Dat was niet zo gek, want ik ben bijna niet opgevoed en voelde me vaak alleen als kind. Als je in een slecht gezin opgroeit, ontwikkel je je ook minder goed. Andere kinderen krijgen een basis mee van achttien jaar opvoeding, maar ik heb veel gemist. Ik ben pas opgevoed sinds mijn negende à tiende levensjaar door mijn opa en oma, die ook nog eens uit een heel andere tijd kwamen.”

“Vroeger dachten ze dat ik autisme had, omdat ik in mijn eigen wereld zat, maar het was verlatingsangst.”

Van dag tot dag

“Soms vraag ik me af: hoe was mijn leven geweest als ik een gewone jeugd en broertjes en zusjes had gehad? Wat als ik vroeger meer hulp had gekregen? Ik heb een grote rugzak, die ik mijn hele leven moet meeslepen, maar ik ben blij met waar ik nu sta. Ik leef gewoon van dag tot dag en kijk wat de toekomst me verder brengt.”