Routekaart voor elk slachtoffer van geweld

Een bange vrouw op het politiebureau, een jongen met een gebroken arm in het ziekenhuis. Een leerkracht of basketbalcoach die zich zorgen maakt. Allemaal hebben ze recht op de snelle hulp en juiste informatie. Het nieuwe Expertisecentrum Huiselijk Geweld en Kindermishandeling draagt hieraan bij door vrijwilligers en professionals te ondersteunen.

Judith Martens, manager van het cluster Sterker na geweld in afhankelijkheid en manager van het crisisinterventieteam, is nauw betrokken bij de oprichting van het nieuwe Expertisecentrum. IMW, Veilig Thuis, Fameus en Sterk Huis zijn de kernpartners. In totaal zijn bij de regionale aanpak ruim 25 organisaties betrokken op het gebied van straf, zorg, ondersteuning en welzijn. Ook de Taskforce Kindermishandeling heeft een plek binnen het centrum.

"Ik ben blij dat we in een regio werken waar veel aandacht is voor Huiselijk Geweld en Kindermishandeling. Er gebeurt al heel veel en het gevaar is groot dat activiteiten niet goed op elkaar afgestemd zijn. Met het centrum willen we ervoor zorgen dat onze krachten gebundeld blijven, maar dat is makkelijker gezegd dan gedaan. Elke organisatie kent toch weer eigen processen, eigen taal, eigen financiering. Daarom is het heel belangrijk om constant de bedoeling heel scherp voor ogen te houden. Ons doel is om structureel geweld te doorbreken."

Alert

Het Expertisecentrum richt zich in eerste instantie op professionals en vrijwilligers en wil hen - zowel fysiek als online - helpen. Ze kunnen bij het centrum terecht voor expertise en scholing. "Het is ook het coördinatiepunt voor trainingen; we willen zo proberen toegangsteams, verwijzers en vrijwilligers alert te maken." Laagdrempelig is een sleutelwoord. "Ervaringsdeskundigheid - het praat toch anders wanneer je zelf ervaring hebt met huiselijk geweld - en het creëren van awareness zijn de andere pijlers van het nieuwe centrum."

Uit onderzoek blijkt keer op keer dat signalen van huiselijk geweld en kindermishandeling vaak niet worden opgemerkt. Het blijkt erg lastig om die spiraal van geweld te doorbreken. "De handelingsverlegenheid bij professionals is toch nog groot. Soms heeft dat ook te maken met de angst om verantwoordelijk te worden gehouden.

Maar ik denk dat wij als hulpverleners geen garantie kunnen geven voor iemands veiligheid. Mensen die veiligheid zoeken, kunnen bij ons terecht. Zonder te oordelen. Hoe vaak je ons ook nodig blijft hebben. Of je nu twee of zeven keer terugkomt. We zijn er voor je."

Vindplaatsen

Scholen en sportclubs zijn juist weer belangrijke vindplaatsen. De professionals die daar werken, moeten volgens Martens weten waar ze terecht kunnen met signalen en onderbuikgevoelens.

"Leerkrachten zien bijvoorbeeld heel veel, maar zijn ook druk met de andere 29 leerlingen, met het regelen van het schoolkamp. Dat begrijp ik heel goed. Daarom is het belangrijk om met elkaar een goed proces neer te zetten. We zien dat bij Veilig Thuis de dossiers zich opstapelen, zij hebben ook hulp nodig om de werkdruk te ontlasten. Maar ik geloof wel dat we in Hart van Brabant alles in huis hebben om samen deze puzzel te leggen."

Spoedplein

Ze wijst op het integraal spoedplein dat in 2025 bij het St. Elisabeth Ziekenhuis komt - een fysieke plek voor alle crisisdiensten. Sterk Huis is de hoofdaannemer. "Als voorloper starten we nu al met de pilot Acuut Letsel in samenwerking met de twee Tilburgse ziekenhuizen." Met deze pilot wordt door de directe inzet van forensisch medische expertise, samenwerking en het inzetten van vervolghulp, kindermishandeling eerder gesignaleerd en de kans op herhaling verkleind. "Ook het team complexe casuïstiek, waarin ook het veiligheidsteam is opgenomen, levert een grote bijdrage aan het compleet maken van deze integrale aanpak."

Enthousiast: "Ik geloof echt dat we op weg zijn naar een routekaart voor elk slachtoffer van geweld. Is het acuut, dan naar het ziekenhuis of Sterk Huis. Is iemand daar nog niet aan toe, oké, dan een gesprek met iemand van het CIT. Hij of zij geeft zijn of haar mobiele nummer, legt het eerste contact en informeert morgen nog even hoe het gaat. Zodat ze weet dat ze er niet alleen voor staat."

"Professionals zijn soms bang verantwoordelijk te worden gehouden"