Loading
Even geduld a.u.b. het magazine wordt geladen...

De weg naar volwassenheid…

“Laat kwetsbare jongeren na hun achttiende
verjaardag niet alleen.”

Hoera, 18 jaar! Voor veel jongeren is het een feest om meerderjarig te zijn, maar voor een andere groep valt er niets te vieren. Deze jongeren krijgen op hun achttiende ineens de vrijheid om vanuit jeugdzorgland de wijde wereld in te trekken met bagage die nog niet te tillen is. Menno Hamelink, jongerencoach bij Sterk Huis, ziet deze achttienjarigen vaak vertrekken, terwijl hij ze liever dichtbij houdt. “Om te voorkomen dat ze in een gat verdwijnen, waar ze niet meer zichtbaar zijn.”
Kansenongelijkheid begint vaak in de wieg, maar eindigt niet zomaar bij het bereiken van de volwassen leeftijd. Terwijl de meeste jongeren een stevige opvoedbasis en een fijn vangnet meekrijgen op weg naar zelfstandigheid, beginnen andere jongeren alleen, onwetend en kwetsbaar aan dit nieuwe hoofdstuk.
Volwassen?
“Volgens de wet zijn jongeren met 18 jaar volwassen. Er wordt dan van alles van ze verwacht waar ze nog niet aan kunnen voldoen”, weet Menno. “Veel jongeren beschikken nog niet over de juiste skills en hebben vaak nog allerlei problemen, waardoor ze snel vastlopen. Als je op zulke momenten niet kan terugvallen op een veilig netwerk, is dat risicovol.”

“Volgens de wet zijn jongeren met 18 jaar volwassen. Er wordt dan van alles van ze verwacht waar ze nog niet aan kunnen voldoen.”

Neerwaartse spiraal
Menno ziet het vaak: jongeren die de achttienjarige leeftijd naderen en helemaal klaar zijn met hulpverlening. “Ze willen het voortaan zelf doen en accepteren geen ondersteuning meer, zoals een zelfstandigheidstraject met hulpverlening. Maar veel van deze jongeren dragen nog steeds grote problemen met zich mee, waaronder persoonlijkheidsstoornissen, onverwerkte trauma’s of verslavingen die invloed hebben op hun verdere ontwikkeling en keuzes: op het wel of niet naar school gaan, het vasthouden van werk, omgaan met verkeerde vrienden of afsluiten van leningen. Zo kan iemand weer snel in een neerwaartse spiraal belanden.”
Vertrouwenspersoon
Bij het bereiken van de achttienjarige leeftijd valt de jeugdhulp weg. Jongeren komen dan in aanmerking voor de Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo), maar ook hier kleven allerlei voorwaarden aan. Sterk Huis wil jongeren met zelfstandigheidstrajecten verder voorbereiden op de toekomst. Maar wat als iemand deze hulp niet accepteert? Wat als iemand autonoom wil zijn, maar het volwassen leven nog niet overziet?
“Dan hoop je dat iedere jongere tenminste één vertrouwenspersoon heeft om op terug te vallen, een centraal persoon die klaarstaat als het fout dreigt te gaan”, aldus Menno. “Voor een aantal jongeren tot achttien jaar ben ik die persoon. Het is de kunst om iemand aan de hand te nemen, maar tegelijkertijd de ruimte te geven om het zelf te doen. Zo kan iemand op eigen kracht de juiste hulpbronnen en mogelijkheden vinden.”
“Het is de kunst om iemand aan de hand te nemen, maar tegelijkertijd de ruimte te geven om het zelf te doen. Zo kan iemand op eigen kracht de juiste hulpbronnen en mogelijkheden vinden.”
Wrijving
“Veel jongeren die wij begeleiden zijn op sociaal-emotioneel vlak minder ver dan leeftijdsgenoten. We moeten daarop aansluiten als maatschappij door de lat niet meteen te hoog te leggen: Je bent 18 jaar, dus je moet dit nu wel kunnen. Het is zwaar voor deze jongeren om voortdurend op hun tenen te moeten lopen en vervolgens het gevoel te hebben dat ze niet voldoen aan alle verwachtingen. Dit zorgt voor wrijving.”
Oude patronen

Volgens Menno lopen deze jongeren op de werkvloer of op school vaak tegen problemen aan, waarna ze zich weer terugtrekken. “Het voelt dan veilig om in oude patronen terug te vallen en bijvoorbeeld weer te gaan blowen of de hele dag in bed te blijven liggen. Tijdens mijn trainingen krijgen de jongeren meer inzicht in deze patronen: Wat doe je als je stress hebt? Welke keuzes maak je dan eerder? Aan de hand van oefeningen leer ik jongeren niet langer weg te lopen van ongemak, maar erdoorheen te gaan. Of we doen rollenspellen, waarbij ik de lastige leraar of leidinggevende speel. Als een jongere geïrriteerd raakt, kijken we wat er precies gebeurt.”

“Ik leer jongeren om niet langer weg te lopen van ongemak, maar erdoorheen te gaan.”
Kickboksen
Ook sporten is een hulpmiddel. “Ik ga vaak kickboksen met jongeren, waarbij we niet lukraak slaan, maar ik jongeren stap voor stap observeer en oefeningen toepas rondom emotieregulatie. Zo was er een jongen die steeds weer in conflict kwam met zijn leidinggevende. Ik vroeg hem om te boksen met een nare werksituatie in het achterhoofd. Hij begon meteen heel wild en opgefokt te slaan, waarna ik hem feedback gaf. Ik gaf aan dat zijn energie ook doorwerkte op mij en dat zijn intensiteit iets triggerde bij mij, waardoor ik harder wilde terugslaan.”
“Daarna bleek het ook mogelijk om vanuit een ontspannen contact met elkaar te boksen. Zijn leermoment was: wat je iemand geeft, krijg je terug. Vervolgens gaf ik hem de opdracht om zijn gevoel te bespreken met zijn werkgever, wat we eerst samen hebben geoefend. Hij vertrok met pijn en moeite, maar kwam terug met een glimlach en nieuwe inzichten: ‘In mijn hoofd maak ik dingen vaak groter, waardoor de boosheid komt en ik agressief reageer. Hierdoor komt de ander ook met een felle tegenreactie’.”
Steun

Menno: “Jongeren hebben vaak ook bemiddeling nodig. Dan heb ik bijvoorbeeld contact met de school, de werkgever of ouders om uit te leggen waar het gedrag vandaan komt, zodat er meer begrip ontstaat. Die steun van een veilig persoon is ontzettend belangrijk om te voorkomen dat iemand weer vastloopt en zich terugtrekt. Soms moet je als hulpverlener ook die omslag maken en jongeren op een andere manier benaderen: Ik ben degene die je steunt, ik kan je helpen. Deze transitie – van de controlerende hulpverlener naar de ondersteunende hulpverlener – zien we steeds vaker, ook op de woongroepen van Sterk Huis.”

Verslavings- of schuldenproblematiek

Menno benadrukt dat het succes valt of staat met de hulp die een jongere toelaat. “Sommige jongeren accepteren geen enkele vorm van hulp meer na hun achttiende. Dat is frustrerend, vooral als iemand nog grote problemen heeft. Denk aan drugsgebruik: bijna alle jongeren die ik begeleid, blowen vanuit emotieregulatie, mede door onverwerkte trauma’s. Dit leidt vaak tot verslavingen, wat het nog moeilijker maakt om een zelfstandig leven op te bouwen. Ook zie ik veel schuldenproblematiek onder jongeren. Ze gaan op zichzelf wonen, maar hebben geen idee wat daar financieel allemaal bij komt kijken en kopen allerlei dure spullen op afbetaling.”

Handvaten
“Veel van deze problemen komen voort uit een grote leegte. Deze jongeren hebben thuis geen veilige basis meegekregen en zijn opgegroeid binnen de muren van jeugdzorgland. Tijdens mijn trainingen wil ik deze jongeren steviger maken en handvaten meegeven. Hoe zet je bijvoorbeeld negatieve gedachten om in helpende en positieve gedachten? Of heel praktisch, hoe voer je een sollicitatiegesprek? Ook ben ik altijd eerlijk: Als je blijft blowen, gaat het niet werken.”
“Tijdens mijn trainingen wil ik jongeren steviger maken en handvaten meegeven. Hoe zet je bijvoorbeeld negatieve gedachten om in helpende en positieve gedachten?”
Voorwaarde

Menno wil jongeren zo goed mogelijk voorbereiden op hun achttienjarige leeftijd, omdat hulp daarna meestal ophoudt. Indien nodig zoekt hij manieren om de hulpverlening voort te zetten, bijvoorbeeld via extra budgetten, maar dit ligt vaak ingewikkeld. Krijgt of accepteert iemand echt geen verdere hulp meer, dan stelt Menno een voorwaarde: “Laat een jongere nooit helemaal alleen, maar zorg voor een vertrouwenspersoon: een JIM (Jouw Ingebrachte Mentor), moeder, oom, buurvrouw of kennis waar de jongere zich veilig bij voelt en die op de achtergrond meekijkt, zodat iemand niet in een gat verdwijnt.”

Thuisloos
“Dat gat is namelijk gevaarlijk”, waarschuwt Menno. “In Nederland zijn duizenden jongeren thuisloos. Zij zwerven rond op straat of verplaatsen zich van vriend naar vriend. Dit maakt wederom duidelijk dat veel jongeren met achttien jaar nog niet volwassen zijn. We moeten daarom veel langer naast deze jongeren blijven staan, tenminste tot 21 jaar.”

Menno Hamelink is jongerencoach en binnenkort ook psychomotorisch therapeut bij Sterk Huis (locatie Teteringen). Menno geeft de training ‘In beweging kun je leren’. Hiermee helpt hij kinderen en jongeren al judoënd, worstelend, boksend én pratend om beter in contact te komen met zichzelf.


10/17
1. Cover #7
2. Inhoudopgave
3. Iedereen doet ertoe
4. Terug naar het speciaal onderwijs
5. Basisschool de Zuidwester
6. NIKA
7. Fasehuis Sterk Huis
8. In gesprek met werkgevers
9. Jongeren van 16 - 27 jaar
10. De weg naar volwassenheid
11. Pleegouders Maria en Marc
12. Wonen doe je thuis
13. Briefwisseling
14. Eergerelateerd Geweld
15. Vluchtelingen problematiek
16. Expertisecentrum HGKM
17. Samenwerking partijen